Slobbe, Molegraaf en Peters gaan ‘iets’ doen in Amsterdam of Utrecht, Balk overweegt zijn eigen saaie leven af te zeggen
Het plan heeft geen naam, geen tijd en geen stad. Wél een groepsapp, drie halve hardons voor avontuur en één Tim die al ‘iets met familie’ had. Slobbe: „Als hij niet komt, is hij een lafaard. Als hij wél komt, is hij laat.”
Laatst bijgewerkt op
AMSTERDAM/UTRECHT – Er gaat een gerucht door het land, of in ieder geval door een app van elf mannen waarvan er vier nooit reageren. Sydney Slobbe, Enrico Molegraaf en Dion Peters gaan dit weekend iets doen. Niet werken. Niet sporten. Iets. In Amsterdam. Of Utrecht. Afhankelijk van wie de laatste Joint heeft gedraaid en of er nog een trein is die hen niet persoonlijk weigert.
Wat het iets is, weet niemand. Dat is precies de kracht. Een bron in de app: „Het is groter dan een borrel en kleiner dan een aanslag op de openbare orde. Denk: vier mannen die doen alsof ze een bestemming hebben, tot de eerste Febo.”
Slobbe ontkent niks, want ontkennen vereist een plan. „Mensen willen een kop met een stad. Amsterdam klinkt alsof je een leven hebt. Utrecht klinkt alsof je een ov-abonnement hebt en een ex. Wij kiezen nog. De stad is een detail. Het iets is het iets. En het iets begint met bier en eindigt met spijt.”
Molegraaf belt vanaf een plek die hij ‘onderweg’ noemt. Op de achtergrond klinkt een afzuigkap of een man die overgeeft. Het onderscheid is academisch. „Het is geen protest. Het is geen date. Het is geen culturele avond, tenzij je een kapsalon om half drie cultuur noemt. Het is drie kerels met een concept. Het concept is: wegwezen. De rest is logistiek voor watjes.”
Dan Dion Peters. Tot gisteren een man met een jas. Nu opeens de derde naam in elk bericht, alsof hij een minister is geworden door een sticker te sturen. Geruchten: Dion rijdt. Dion drinkt. Dion kent iemand in Lombok. Dion kent iemand in Oost. Dion kent vooral het station. Peters zelf: „Ik heb een ov-chipkaart en een slechte invloed. Verder geen commentaar. Behalve: als het Amsterdam wordt, trek ik andere schoenen aan. Als het Utrecht wordt, trek ik niks aan. Metaforisch. Hopelijk.”
Het lek dat echt pijn doet: Tim Balk is gevraagd. Balk had al plannen. In de praktijk betekent dat bij hem: bank, scherm, een bord eten dat te lang in de magnetron heeft gedraaid, en de leugen dat hij ‘niet kan’.
„Ik had al iets,” zegt Balk. Hij zegt niet wat. Dat is zijn hele politiek. „Plannen zijn plannen. Die zeg je niet af omdat drie halfzachten ‘iets’ hebben bedacht in een stad die ze niet eens durven vast te tikken.”
Toch is hij aan het wankelen. Een ingewijde, oftewel iemand die hem een meme stuurde: „Eerst nee. Toen ‘alleen Utrecht’. Toen ‘niet te laat’. Toen deed hij de weer-app open. Bij Balk is dat hetzelfde als zijn broek openritsen: het wordt serieus, maar nog niet mooi.”
Slobbe ontkent druk. „We hebben hem gevraagd zoals je vraagt of iemand nog condooms meeneemt: praktisch, zonder liefde, met de verwachting dat hij ‘ik kijk wel’ zegt. Als hij zijn eigen avond afzegt, is hij een man. Als hij op de bank blijft, is hij een bank. Ik heb respect voor meubels. Ik drink er alleen niet mee.”
Molegraaf is klaar met diplomatie. „Hij moet z’n kutplannen in de prullenbak gooien. Familie? Serie? Vroeg op? Bro, je bent geen pastoor. Dit is mogelijk Amsterdam. Daar wordt geschreeuwd, gekotst en soms zelfs gedanst. Utrecht is hetzelfde, maar dan met een betere capuchon. Dat krijg je niet elke week. Soms mis je de trein en krijg je het allebei. Jackpot. Lijf in de soep.”
Op internet, lees: dezelfde elf mannen, circuleert al een lijst van wat het iets zou kunnen zijn. Terrasstoelen terugbrengen. Terrasstoelen opnieuw jatten. Een GTA-route lopen tot iemand een bezorger napraten. Een speech vanaf een fietsrek. Een café binnenlopen alsof ze de zaak overnemen en dan vier cola bestellen omdat het geld op is. Geen van de vier noemt de lijst onjuist. In dit dossier telt dat als een biecht.
Amsterdam weet van niks. Utrecht weet van niks. Dat is prettig, want als de steden het wél wisten, zou er een bord staan: verboden te iets. NS laat weten dat er dit weekend treinen rijden tussen beide steden „mocht dat relevant zijn”. In de app wordt dat gelezen als: ze weten het. Ze laten ons komen. Ze willen bloed op de intercity.
Balk houdt de deur op een kier, zoals hij zijn koelkast openhoudt: te lang, te koud, zonder besluit. „Ik zeg niks af. Nog niet. Als ik het afzeg, is het mijn keuze. Dan kom ik. Misschien. Stuur een pin. En geen gezeik als ik eruitstap bij de eerste ruzie over de stad.”
Slobbe rondt af, klassiek, als een man die denkt dat hij een persconferentie heeft gegeven in plaats van een voicebericht van 51 seconden. „Het gaat gebeuren. Iets gaat gebeuren. In een stad. Met mannen. Als Tim komt, zijn we een club. Als Tim thuisblijft, zijn we alsnog een club, alleen dan met één leeg stoeltje waar we chips op zetten. Dat stoeltje heet dan Tim. En we zitten er toch op.”
Reacties (1)
Enrico
Ik ben benieuwd of Tim mee gaat!